“And the Oscar goes, again, to…”: het belang van filmprijzen

Oogverblindende Kate bij de Oscars in 2009

Op 6 maart j.l. brak in het Kodak Theatre in Los Angeles weer het grootste filmevenement van het jaar uit: de uitreiking van de Academy Awards, beter bekend als de Oscars. Dit prijzen- en mediacircus is het jaarlijkse jachtseizoen van voornamelijk de Amerikaanse filmwereld. Plotsklaps bekommert niemand zich meer om de kunst in het woord ‘kunstvorm’ – alles draait hier om de vorm. En die vorm kan maar beter zo overweldigend mogelijk zijn! De artistieke ambities worden zonder blikken of blozen aan de kant geschoven voor een onbeschaamde honger naar erkenning in de vorm van die gouden, zwaarddragende nudist op zijn kleine sokkel. De tranen vloeien rijkelijk, de jurken glinsteren oogverblindend, de brede grijnzen van verliezers zijn op zichzelf Oscarwaardig, maar vooral: de kassa’s rinkelen harder dan ooit tevoren.

Het was1929, het hoogtepunt van de roerige, swingende periode die volgde op de deprimerende en nihilistische horror van de Eerste Wereldoorlog. Louis B. Mayer, de notoire baas van filmstudio Metro-Goldwyn-Mayer (MGM) tijdens het interbellum en de Tweede Wereldoorlog, koesterde de wens om de filmindustrie een meer glimmend imago te verlenen. Hoewel film inmiddels de vierde industrie van de Verenigde Staten was, gold het medium binnen veel conservatief christelijke huishoudens en overheidsinstanties als een verderfelijk, zedenprikkelend product. Zoals Kinn en Piazza in hun onofficiële geschiedenis van de Oscars schrijven: ‘The industry needed a touch of class and a public-relations coup’. Daarbij werd de immer groeiende macht van de industrie voortdurend getemperd door de Amerikaanse vakbonden, een verstikkende belemmering die Mayer en de zijnen wilden doorbreken. Het verenigen van de verschillende studio moguls van Hollywood zou de uitkomst moeten bieden.

De ceremonie in het Roosevelt Hotel op 16 mei 1929 duurde welgeteld vijf minuten. De winnaars waren al maanden bekend en iedere spanning was daarmee de nek omgedraaid nog voordat presentator Douglas Fairbanks het podium van de Blossom Room betrad. Toch gebeurde er die avond iets bijzonders. Hier werd de officiële transformatie van de stomme film naar de talkies bezegeld met een speciale Oscar voor The Jazz Singer (1927), waarin Al Jolson de legendarische woorden sprak: “You ain’t heard nothing yet”. Hier zag men het genie van Charles Chaplin in alvorens hem met de grond gelijk te maken in de latere bloeddorstige communistenjacht. Hier werd de prijs voor Beste Actrice gewonnen door een 21-jarige actrice, Janet Gaynor, die nog bij haar moeder in huis woonde. Hier ontstond het klassieke Hollywood.

"The Jazz Singer" luidde een nieuw tijdperk voor Hollywood in.

En hier ontstond eveneens een filmprijzencultuur met grote gevolgen. In de eerste plaats is het verbazingwekkend hoe dergelijke evenementen een Gesamtkunstwerk als film ontleden en terugbrengen tot de individuele contributies. Nu ligt dit enerzijds verscholen in de aard van film ten opzichte van andere kunstvormen. Zoals Dean Keith Simonton, professor aan de Universiteit van Californië, treffend beschrijft, bevindt film zich ergens tussen het auteurschap van een eenzame kunstenaar en de collaboratie van academische creativiteit. Film onderscheidt zich door de manier waarop de individuele bijdragen aan een productie niet volledig opgaan in het eindproduct, maar desalniettemin samenkomen tot een volledig en afgerond geheel. Toch benadrukt een prijzencircus als de Academy Awards een op zichzelf staand talent, waardoor sommige films niet bekend komen te staan om hun totale (gebrek aan) kwaliteit, maar louter om hun actrice, camerawerk, of muziek.

Daartegenover staat de immer toenemende prijzenregen in Europa. Fameuze festivals als die van Cannes, Venetië, Berlijn en Locarno laten in toenemende mate zien oog te hebben voor zaken die door de grote Amerikaanse Academy meer dan eens over het hoofd worden gezien. Jonge, debuterende acteurs en actrices krijgen via deze wegen de erkenning die ze verdienen. Verschillende secties van het publiek worden gerepresenteerd in de diverse publieks- en jeugdprijzen. Europees chauvinisme komt tot uiting in de prijzen voor Beste Europese Film. En voor bijzondere technische en artistieke prestatie wordt nog wel eens een nieuwe onderscheiding in het leven geroepen. Een dergelijke afwisseling is inmiddels ook terug te zien in de meer commerciële Golden Globes, waarbij prestaties in dramafilms en –televisieseries apart beoordeeld worden van geleverd werk in komedie en musical.

Oh, wat was James Cameron blij in 1999...

Toch is dit uiteindelijk niet meer dan een schijnbare diepgang. Films blijven beoordeeld worden op aspecten die voor het publiek ook duidelijk te analyseren zijn, waardoor eenieder, van filmkenner tot argeloze bioscoopbezoeker, kan zeggen: “Ja, volledig terecht dat zij die Oscar gewonnen heeft”. Filmprijzen zijn labels, merknamen, gemakkelijk herkenbare indicatoren voor kwaliteit – althans, voor commerciële kwaliteit. Kijk bijvoorbeeld naar de films die over de jaren heen het ongelooflijke aantal van elf Oscars in de wacht wisten te slepen: Ben-Hur (1959), Titanic (1997), en The Lord of the Rings: Return of the King (2003). Alledrie films met enorme commerciële impact en publiek succes – Titanic was zelfs de bestverdienende film aller tijden! Tot voor kort, want Avatar (2009), eveneens van regisseur James Cameron, heeft de scheepsrampfilm van de troon gestoten. Niet geheel verrassend ging ook dit kassucces bij de afgelopen Oscaruitreiking aan kop met maar liefst negen Oscarnominaties. Daarmee voerde de veredelde Smurfenfilm een lijst van voornamelijk voorspelbare (want commercieel succesvolle) kandidaten aan. Zo wordt de stelling van professor Simonton, en voor hem onderzoekers Zickar en Slaughter, hard gemaakt: commercieel en kritisch succes speelt een grote rol in de toekenning van prijzen, met name van de Oscars.

Om nog enigszins op te vallen onder al dit filmgeweld, zien de kleinere films zich genoodzaakt nominaties en gewonnen prijzen aan te grijpen als marketingstrategie. Elegante posters worden ontsierd door hele kolommen vol eervolle vermeldingen. Nothing Personal, de prachtig minimalistische film van de Pools-Nederlandse regisseuse Urszula Antoniak, heeft de prijzenregen op de festivals van Locarno en Utrecht rechtstreeks vertaald naar de filmposters. Het resultaat is een bizar, potsierlijk schouwspel in de postermuren van bioscopen: James Camerons megafilm Avatar, waarvan de poster genoegen neemt met de titel en de regisseur, met daarnaast een klein filmpje dat de helft van de poster benut voor het opsommen van de prestaties. Het is tekenend dat een indicatie van artistiek talent net zo strategisch wordt ingezet als een hypegevoelige filmregisseur – het is niet een bijkomend voordeel, maar een essentiële manier om een film te laten overleven.

De filmgeschiedenis herleeft op de Oscarposter van 2009.

They capture the general consensus’, schrijft Simonton over Amerikaanse filmprijzen. En hoewel hij concludeert dat ‘[t]hose who take an Oscar home can have a strong likelihood of having exhibited superlative cinematic creativity or achievement’, concludeer ik het tegenovergestelde. De meeste filmprijzen vormen slechts een laatste bevestiging dat een film het écht goed heeft gedaan (of gaat doen) bij het Grote Publiek, met de ‘general consensus’. Voor kleinere films en filmmakers blijft het bidden om erkenning van écht talent en om op te vallen in een filmcircus dat tegenwoordig het hele jaar doorgaat. Een circus waarbij het uiteindelijk toch altijd weer draait om die ene verzegelde envelop. En de Oscar gaat naar… de film die wij allemaal hebben gezien, of we hem nu goed vonden of niet.

.

Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor mediamagazine Xi, 
jaargang 18, nummer 3 (maart/april 2010).

Leave a comment

Filed under General

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s